Orgelspelen?
Algemeen
Het is weer de tijd van de grote evenementen. Festivals en megaconcerten in voetbalstadions. Er was een zanger, Harry Styles, geboekt in het Ajaxstadion, toen bleek dat Ajax nog wat nacompetitiewedstrijden moest spelen. Daar hadden ze als topclub niet op gerekend! In Arnhem trad een rapper op (Rapper Ye, Kanye West) die met zijn opmerkingen blijk had gegeven van op zijn minst wat antisemitische sympathieën. Het concert werd niet verboden, want “men heeft recht op zijn vrije meningsuiting!” Het was een paar avonden uitverkocht. Er is kennelijk een publiek voor. Dat gold ook voor Susan en Freek die de Gelredome een keer of tien wisten te vullen, waarbij de buurt hevig gefrustreerd raakte van overal geparkeerde auto’s van fans.
Ik ben niet zo van grote menigten, en zeker niet van concerten in stadions met duizenden mensen. Dat komt goed uit, want orgelconcerten zijn nou niet direct de evenementen waarbij je zitplaatsen tekort komt. En ook voor een concert van mijn favoriet, het aloude Focus met Thijs van Leer, hoef je niet te vechten om een kaartje.
Als organist en orgelleraar probeerde je je leerlingen enthousiast te maken voor de koning der instrumenten. In de tijd dat die leerlingen nog wel eens in de kerk kwamen lukte dat best, maar soms ook juist niet, vanwege een soort aversie tegen alles wat kerk was.
In de zestiger jaren kwam het elektronisch orgel op. Het was bedoeld als imitatie van het pijporgel. Maar op veel van die elektronische orgels werd juist geen orgelmuziek gespeeld. Leuke liedjes, rechts de melodie, in de linkerhand een akkoord, en met de voet de bastoon. Orgelleraren hadden lange leerlingenlijsten, maar de échte orgelleerlingen werden steeds meer een minderheid. Later, in de tachtiger jaren, kwam het keyboard. Dezelfde rechterhand speelde de melodie, de linkerhand speelde het akkoord en het apparaat zorgde er automatisch voor dat er een basgitaar bij kwam, alsmede een drummer. Een orgelleraar, van nature handig met akkoorden en harmonieën, werd ook een keyboardleraar… Als je als keyboardleerling niet zoveel zin had om je in te spannen kon de linkerhand zich beperken tot het indrukken van één toets, die dan automatisch een majeurakkoord fabriceerde. Speelde je de toets ernaast er bij dan kreeg je het mineur akkoord. Als meester even niet keek kon een kind de was doen, of in ieder geval het liedje spelen.
Tijdens Corona maakten we kennis met Orgel Joke. Ze speelde op haar keyboard leuke wijsjes en iedereen, nou ja, een hele grote groep mensen, was laaiend enthousiast. Ik begreep het niet, en de naam ‘orgel’ Joke vond en vind ik een belediging voor ons als organisten!
Het deed me denken aan de begintijd van André Hazes. Hij zong met platte Amsterdamse tongval, zag er niet echt indrukwekkend uit, en juist daardoor vonden veel mensen het wel iets hebben. Hij werd een soort cultfiguur, en wordt heden ten dage gezien als een grote ster. Holland zingt niet voor niks Hazes.
Orgel Joke speelt op allerlei festivals. Op haar website staat een uitpuilende agenda. Het gaat van de Nijmeegse Vierdaagse tot aan de introductiedagen van de Universiteit van Wageningen. Nogmaals, ik begrijp het niet. Het schijnt dat ze ook naar het WK voetbal gaat om daar op te treden. Kennelijk is er iemand die het de moeite waard vindt dat ze op het vliegtuig stapt om daar haar kunstje te gaan vertonen.
Elk land krijgt de regering die het verdient; het is een bekende zegswijze. Het geldt ook voor de muziek…
Kees Steketee
COLUMN | Kees Steketee